• sarahvdmaas

Omslag



Ik heb een band met boeken. Hij staat aan het eind van mijn plank en fungeert daar wegens zijn afmetingen (formaat oud-Hollandse kloostermop) als rugsteun voor de rest van mijn literair vermogen. Het is een werk als een Statenbijbel: goud op snee, leer vol reliëf en tierelantijnen en een leeslint als een vlaggenwimpel. ”The Complete Sherlock Holmes” vertegenwoordigt voor mij alles wat een boek tot boek maakt. En dat is een zaak van gewicht. Wie de e-reader aanprijst als ”nooit meer sjouwen” heeft mijns inziens het principe niet begrepen. Een goed boek mag wat kosten: niet alleen geld, maar ook bloed, zweet en tranen. Wie de verzamelde werken van Eduard Douwes Dekker uit de kast trekt, beseft pas met recht waarom de auteur zich Multatuli (”ik heb veel gedragen”) noemt. Een boek is een bewaarplaats van belevenissen. Het is een reis die je op kunt bergen, een romance die je aan kunt raken, een ontroering om tegen je borst te drukken. Een boek verzamelt niet alleen woorden, maar ook vochtvlekken, zandkorrels en hoe het rook bij oudtante Lien. Het leven ligt er als droogbloemen tussen de bladzijden, behoedzaam bijeengehouden in één band.


Die band is dan ook geen lichtvaardige zaak. Er is weinig aantrekkelijks aan een sprookje dat je naakt op de huid kunt kijken. Je moet een verhaal kunnen uitpakken als een cadeau of openen als een kooitje. Een stapel papier raakt kwijt of vergeten, maar een kaft bewaakt met deuren van kalfsleer of gerecycled karton. Achter de grendels verschuilt zich de pointe. Veilig getralied zingt de moraal. Als jeugdig schrijver was ik me hiervan terdege bewust. Geknield naast de printer, die mijn nieuwste creatie baarde in het tempo van een lamantijn met wintertenen, hield ik mezelf bezig met de edele geheimen van het boekbinden. Was de eerste versie van Bob en André en de smokkelaars nog met een paar goedgemikte nietjes in bedwang te houden, voor latere en aanmerkelijk aangedikte uitgaven moest ik mijn toevlucht nemen tot de perforator en een eindje touw, een schoenveter of een pijpenrager. Met de tijd werd inbinden een van mijn meest gekoesterde onderdelen van het schrijfproces. Een papiersnijder stond maandenlang boven aan mijn verlanglijstje. Ik kon me niets heerlijkers voorstellen: een stapel A4’tjes onder je handen te zien veranderen in een keurig pocketformaat dat, voorzien van een zelfontworpen voorkant en zorgvuldig geformuleerde achterflap, niet zou misstaan in de schoolbibliotheek, de schappen van de boekhandel of op het prijzenplankje van de Gouden Griffel.


Helaas wordt dit geluk niet al te breed meer gedragen. Waar generatie Z zich in jonger jaren nog weleens laat verleiden tot het lezen (of schrijven!) van een spannend boek, verlegt hun interesse zich vanaf de middelbare school in schrikbarend tempo van omnibus naar partybus. In een tijd waarin volgens leesbevorderingsstichting CPNB bijna de helft van de Nederlandse 15-jarigen het lezen van een boek als tijdverspilling beschouwt, luiden dan ook alle alarmklokken. Analfabetisme dreigt, waarschuwen de deskundigen. Er moet een omslag komen in dat jeugdige leesgedrag, en snel! Maar met alle goedbedoelde initiatieven dreigen letterambassadeurs zichzelf weleens in de vingers te snijden. ”Met een boekje in een hoekje” verandert algauw in een snel en toegankelijk surrogaat. Onlinemagazines bij populaire games brengen jongeren misschien aan het lezen, maar geeft het ze ook het gevoel dat je krijgt als je je handen om een stofgebonden boek vouwt, een tastbare poort naar een wereld die niet wordt aangedreven door nullen en enen, maar door je eigen brein? „Lezen moet hip worden!” roept de expert. Bind toch wat in, denk ik soms. Dan krijg je die omslag er gratis bij.



Deze tekst is eerder verschenen in het RDMagazine van 29 mei 2021.

21 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven