Land van Waas
- sarahvdmaas
- 4 uur geleden
- 3 minuten om te lezen

Ik vrees geen pedagoog, pastoor of psychiater – maar er is één autoriteit die mij de rilbibbers bezorgt. Deze man (die in de praktijk doorgaans een vrouw is), weet als geen ander in een oogwenk mijn diepste onzekerheden aan te boren. Hij spreekt daartoe slechts vijf woorden.
„Zet uw bril maar af.”
In een bestaan zonder glazen voel je je als een toerist die bij Antwerpen de grens overgaat: vaag vertrouwd en toch vreemd verloren – dezelfde wereld, een andere klank. Er ligt een dofheid over de dingen, een zachte mist die maakt dat je je niet alleen maar blind, maar ook onzichtbaar voelt. Het vraagt vertrouwen om je op de tast in andermans handen over te geven. Ontheemd en kleintjes leg je je kin op het steuntje. Er priemt een lichtstraal. Vlekken dansen. Welkom in het Land van Waas.
Hangt er een tandarts boven je angstig opengesperde mond, dan is het niet meer dan fatsoenlijk om je ogen te sluiten of langs zijn linkeroor naar de Jan van Haasterenplaat op het plafond te gluren. Bij de opticien is dit, logischerwijs, not done. Zelfs de meest onromantische ziel ontkomt niet aan een innig tête-à-tête met de man die op een ademtocht van je vandaan met fronsende wenkbrauwen tot in het diepst van je zijn koekeloert. Bijna slaak je een zucht van verlichting als na deze zwijgende inquisitie de klepjes voor het oculair dichtvallen – maar dan begint de beproeving pas goed.

Een felgekleurde luchtballon verschijnt aan de einder. „Wordt het beeld scherper of waziger?” vraagt de onzichtbare opticien. Je zou het met de beste wil van de wereld niet weten, maar aangezien híj degene is die hiervoor gestudeerd heeft, zal dat wel aan jou liggen. „Ik geloof: scherper”, zeg je aarzelend, en ziet direct de dwaasheid daarvan in. Zijn motto, immers, is: eerst zien, en dan geloven.
„Gelijk of beter?”
Je slikt snel een ”slechter” in.
Zo wik en weeg je je al weifelend door de beelden, niet wetend of de floers die de vormen vertroebelt wordt veroorzaakt door je feilend gezichtsvermogen of door de tranen van het turen. Beter of slechter? Scherper of vager? Meestal gok je veiligheidshalve maar zo’n beetje om en om. Je opticien blijft stoïsch onbewogen. Bij de zevende letterkaart raak je argwanend – wie zegt dat hij je niet al die tijd door dezelfde twee lenzen heeft laten loeren, in de hoop je dan maar op je woord te vangen? Hoe lang kun je jezelf blijven tegenspreken voordat hij radeloos zijn handen in de lucht gooit en er de brui aan geeft?

Kennis is macht, zegt men, en daar ligt het probleem. Waar in de stoel van de huisarts of de orthodontist die beide elementen stevig verankerd zijn in één persoon, heeft bij de opticien een ongewilde Franse Revolutie plaatsgevonden, waardoor de macht nu ligt bij degene die de kennis ontbeert (te weten: jijzelf). Een ander kan immers wel in, maar niet dóór jouw ogen kijken. In feite vel je bij de brillenzaak je eigen vonnis: ga je voortaan met jampotglazen door het leven, dan is dat onverbiddelijk je eigen schuld.
Onder dergelijke druk wordt zelfs het grootste ego vloeibaar. We zijn nu eenmaal hopeloos gedrild om te presteren; ook als er geen verkeerde antwoorden zijn, blijven we bang om de mist in te gaan. Zelfs waar geen cijfers zijn, willen we toch een tien. We durven niet meer op onszelf te bouwen – zozeer zijn we gefocust op succes. Dit leert ons deze cruciale les: ook zelfbewustzijn eist een motie van vertrouwen. Een mens moet eerst geloven, en dan zien.

Deze tekst verscheen eerder in het RDMagazine van 2 mei 2026.





.png)



Opmerkingen