• sarahvdmaas

Foutomaat



Je zou het misschien niet zeggen, maar er bestaat een wonderlijke overeenkomst tussen een baardagame en een wasmachine. Of je nu jaarlijks op mysterieuze wijze een dozijn sokken aan de droogtrommel kwijtraakt of een kwartierlang naar een suffende hagedis staart, vroeg of laat bekruipt je datzelfde, ietwat unheimische gevoel: lééft-ie nou of leeft-ie niet?

‘To be or not to be – that’s the question’ schreef Shakespeare. En hij is niet de enige die zich over het grote mysterie van de mensheid boog. Want wanneer leeft iets eigenlijk? Als het ademt? Nadenkt? Beweegt?

In een tijd waarin kunstmatige intelligentie het paradepaardje van elke high tech-gigant is, zijn vragen als deze actueler dan ooit. Toch zal elk mens bij het zien van een robot, hoe geavanceerd ook, als bij intuïtie beseffen: hier staat geen levend wezen. En dat is maar goed ook. Leven behelst namelijk automatisch de mogelijkheid om fouten te maken. Of, zoals Augustinus in zijn Stad Gods opmerkt: ‘Ik vergis me, dus ik besta.’

Vergissen is menselijk. Ik heb in mijn middelbareschooltijd heel wat keren aan een haperende snackautomaat staan schudden, maar ik ben er nog nooit een tegengekomen die mijn klasgenoten keurig van een Bros voorzag, maar mij per vergissing met een Bounty afscheepte. Dat is natuurlijk een van de redenen waarom de mens al sinds zijn schepping heeft geprobeerd de techniek voor zich te laten werken. Een slaaf breekt wel eens een bord, een paard krijgt kuren. Maar een machine, mits goed geprogrammeerd en in elkaar gestoken, is in alle opzichten de ideale werknemer.



Werken: dat is niet alleen ‘iets uitvoeren’, maar ook ‘doen waarvoor het bedoeld is’. (Het verschil tussen beiden laat zich eenvoudig illustreren door een peuterpuber, die dwars door de supermarkt ‘Ik dóe het niet!’ schreeuwt, terwijl alleen al zijn stemvolume erop wijst dat hij het prima doet.)

Omdat voor een levend mens de laatstgenoemde betekenis eigenlijk vanzelf spreekt, ligt bij ons vaak alle nadruk op de eerste zin van het woord: niet functioneren, maar produceren. En juist daarin valt er volgens mij van een machine nog wel het een en ander te leren. Hebben we het over een apparaat, dan zeggen we al snel iets in de trant van ‘Het werkt’ of ‘Hij doet het’, zonder te specificeren wélk werk en hoevéél het doet. Een koffiezetapparaat marcheert in de regel niet beter of slechter dan een medische 3D-printer. Er zijn nogal wat momenten in het leven waarop je dankbaarder bent voor een goed functionerende toiletpapierdispenser dan voor een iPhone 13 Pro.

Er bestaat zelfs een categorie apparaten die het wel ‘doen’, maar niet ‘werken’. Denk aan een gadget als de useless box, dat geen andere functie heeft dan zichzelf met een grijparmpje uitschakelen zodra je het aan zet. Machines zoals deze worden gewaardeerd om precies dat wat ze zijn: een machine. En daar kunnen wij nog wel een puntje aan zuigen.



Terwijl de big tech robots voor ons in elkaar schroeft die het menszijn tot op de ziel na naderen, behandelen we mensen nog te vaak alsof het robots zijn. Teveel richt men het oog op wat iemand opbrengt in plaats van wat hij ís. Met al onze focus op maximaal en optimaal functioneren, vergeten we gemakkelijk dat wat een apparaat werkelijk menselijk maakt, juist zijn onvolmaaktheid is. En misschien is dat precies waar de crux zit.

Als ik twee rechterhanden en een haakse slagmoersleutel had, maakte ik een foutomaat. Die latte zet als je espresso wilt. Die je wisselgeld verkeerd teruggeeft, of helemaal niet. Een machine die zich kan vergissen, de pee in hebben, de brui eraan geven.

Werkt zo’n ding of werkt-ie niet?

Dat is de vraag…


Deze tekst is eerder verschenen in het RDMagazine van 26 maart 2022

36 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Podding

Fuif

Bloemrijk