• sarahvdmaas

Boekenschrijver




Bij ons in groep vier was het de gewoonte om na 'Er is er één jarig' en 'Lang zal ze leven' in één adem over te schakelen op een liedje dat weliswaar op dezelfde wijs als laatstgenoemde gezongen werd, maar qua inhoud ongeveer net zoveel met het verjaren als met staartdelingen te maken had. De tekst luidde: 'Wat wil je worden, wat wil je worden, wat wil je worden als je groter bent?' Waarna er een gespannen stilte viel, want zou het dit jaar badjuf of brandweerman zijn? Ook voor de jarige was het een gewichtige vraag. Zijn keuze werd hem na het openbaar maken namelijk nog eens drievoudig op dezelfde wijs onder de neus gewreven met de weinig fantasierijke woorden '[dito] zal hij worden, [dito] zal hij worden, [dito] zal hij worden als hij groter is...' Je zou haast verwachten dat je na drie verjaardagen 'dierendokter' dat vermaledijde begrijpend lezen uit carrièreoverwegingen wel eens mocht laten vallen, maar nee.

Ook mij viel na de grote vakantie de eer te beurt. Ik was die zomer zeven geworden en rekte mezelf een beetje uit op de tafel. Toen het '... als je gróóóter bent' was weggestorven, keek de klas me verwachtingsvol aan.

'Archeoloog en boekenschrijver,' zei ik. Diezelfde zomer had ik namelijk ontdekt dat je je beroep kon maken van het opgraven van potscherven en varkensbotjes, wat ik tot dan toe in gelukzalige onwetendheid had gepraktiseerd. Maar toen de juf voorstelde er dan maar alleen 'Archeoloog zal ze worden' van te maken (zelfs de flexibiliteit van de kinderliedzingbaarheid kent zijn grenzen) was ik toch een tíkje beledigd. Want boekenschrijver - dat was ik al sinds ik een potlood kon vasthouden. Van het archeologiegedeelte is dan ook niet meer terechtgekomen dan dat ik zo nu en dan uit moet leggen dat een historicus zich over het algemeen juist níet met mammoetschedels en grondverkleuringen bezighoudt. Maar het schrijven bleek gelukkig een blijvertje. Dozenvol schriften, tekeningen, geprinte, geniete en gebonden manuscripten zijn in de loop der jaren uit mijn hoofd door mijn handen naar buiten gevloeid. En sinds 22 september 2020 mag ik mezelf dan eindelijk boekenschrijver noemen. Officieel.


Nu mijn debuutroman Nooit meer wachten in de (online) winkelschappen ligt, betrap ik mezelf net iets vaker op het googelen van mijn eigen naam. Plotseling blijkt het internet een verzamelarchief van je gênante puberfoto's, die onbeschaamd opduiken naast je nieuwste volwassentrots.

Voor wie óók niet zo geïnteresseerd meer is in een vijfde plaats uit 2009 of Boekscoutuitgave uit 2010, maar wel graag meer wil weten over het de achtergrond van Nooit meer wachten of belangstelling koestert voor mijn recente publicaties, is dit vanaf vandaag de plek om te zijn. Op mijn blog hoop ik bovendien regelmatig iets van me te laten horen. Zo blijf je gemakkelijk op de hoogte van mijn nieuwste (schrijf)activiteiten. Op één plek. Zonder jeugdfoto's. Nou vooruit, eentje dan.

75 keer bekeken0 reacties